Nieuws:

Voor onze Stichting 3rail Wiki zoeken wij schrijvers! Wil je helpen? Lees in de oproep hoe dat kan!

wintrack: is de radius altijd betrouwbaar?

Gestart door Jan22 dinsdag 11 november 2025, 18:22:37

0 leden en 1 gast bekijken dit board.
wintrack: is de radius altijd betrouwbaar?
Lid sinds: 2009

Dwarsliggers op de rails sporen niet

offline
wintrack: is de radius altijd betrouwbaar?
Onlangs was ik wat aan het stoeien met een demoversie van wintrack.

Het viel me op dat je flexrails in bogen op verschillende manieren kunt definiëren.
Maar dat de graden die je op die verschillende manieren hanteert, ongelijk zijn.

Het snelst gaat flex toevoegen met de muiscursor. Dat is snel, en altijd passend. En als je het 1:1 uitprint ligt het tracé ook goed.
Op het moment dat je met de muiscursor een boog passend maakt, vermeldt Wintrack de booggraad; daarna niet meer, ook niet onder eigenschappen.

Flex verleg ik zelf liever in een radius over een x aantal graden. Zo hanteer ik R1=515, R2=572 mm, t/m R5=473 mm.
Wintrack toont nu de booggraad altijd onder eigenschappen, en dat kan handig zijn.

Reden waarom ik die manier prefereer?
Wat rekenwerk over overhang en uitzwenking leerde me dat de uitzwenking van de minst efficiente (stuurstand) wagon vanaf R=515 toestaat dat de h.o.h. 57 mm bedraagt (en dat is de h.o.h. van slanke k-rails wissels). Ik gebruik geen standaard wissels meer.

Nog meer handigheid? Ik heb een schuin dak (hoek 57,50 graden), en als een helling pal bij dat dak stijgt, dan zal die helling schuin weg moeten lopen van het dak. Als de baan relatief op 44 mm hoogte zit, dan is de afstand tot het dakbeschot 100+44=144 mm.
Dat heb ik een keertje uitgetekend, en toen bleek dat bij mijn schuine dak een 1.5 graad draaiing exact goed uitkomt.
 
Met flexrails toevoegen met radius en graad, verander je de graad naar b.v. 1.5, 31.5 of 28.5, afhankelijk van wat je aan het doen bent.
Dat doe je met maar 1 boograils, en alle overige bogen zijn standaard 30 graden.

Waarom doe ik dat? Omdat als de helling stijgt, een 180 graden boog een kleinere radius moet krijgen, dan op een platte tafel (zonder helling) kan.
Je komt bij stijging steeds verder van het dakbeschot af t.o.v. de relatieve nulstelling, en dus blijft er een steeds kortere tafeldiepte over.
De rails komt niet recht aan op een boog, maar schuin (vanwege die 1.5 graad draaiing), en die draaiing moet dus ergens in een boog opgevangen worden.

En toen viel me op dat de graden die ik realiseer met de muiscursor ongelijk zijn aan de op deze manier afgedwongen graden. Ik kan niet eerst even met de muiscursor een boog tekenen, de graad ervan noteren, en daarna de muiscursorboog vervangen door deze 2e methode. Dat werkt domweg niet. Althans niet in versie 10.0 (met alle updates die sindsdien zijn verschenen).

Is dat een bug of begrijp ik iets niet goed?
Re: wintrack: is de radius altijd betrouwbaar?
Ik werk met Anyrail, maar volgens mij werken zowel Anyrail als Wintrac met dezelfde onderliggende basis.

Wat ik weet van flexrail, dat toevoegen met de muis, de flex zich aanpast aan de al liggende rail. De flex gaat dan niet automatisch in het geheel op bv 32 graden voor de hele lengte. Hij wordt dus geen 'starre' boog.
Ga je de flex definiëren als boog, dan krijgt hij over de hele lengte het aantal gewenste booggraden. Dus wordt het een 'starre' boog.

In Anyrail kun je ook nog kiezen voor de functie 'Flex vloeiend maken'. De onderliggende software kiest dan een boogvorm, die gebaseerd is op de aansluitingen bij de uiteinde. Ik verdenk deze functie ervan, dat hij eerst een aantal mm rechtdoor gaat en dan pas gaat afbuigen. Soms moet ik de flex alsnog aanpassen met de besturingspunten van de rail, omdat de functie de boog teveel laat uitwaaieren.

Ik weet niet of jou dit wat op weg helpt met je vraag.
Re: wintrack: is de radius altijd betrouwbaar?
Lid sinds: 2009

Dwarsliggers op de rails sporen niet

offline
Re: wintrack: is de radius altijd betrouwbaar?
Het verklaart wat ik zie gebeuren. Het gaat kennelijk om een bezier curve (wiskundig begrip). De berekening daarvan is een benaderingsstrategie, en komt per definitie anders uit dan een berekening op basis van een goniometrische functie. Daarom wordt de booggraad niet opgeslagen.

De andere variabele in het geheel is de radius, en het valt me op dat als ik dezelfde booggraad neem (als die van de muiscursor) met een veel grotere radius dan die van de muiscursor (dan wordt de boog, zoals jij dat noemt, star), dan klopt de boog alsnog wel.

En inderdaad, met de muiscursor methode begint de boog steevast met een stukje rechte rails, en daarom krijg ik altijd een kleinere straal dan op de andere manier.

Als je met de muiscursor methode aan het muiswieltje draait kun je een flexboog wat groter of kleiner maken (meer of minder afvlakken, of juist uitbuiken), maar met de andere methode kun je een boog desondanks beter optimaliseren. 
Re: wintrack: is de radius altijd betrouwbaar?
Lid sinds: 2009

Dwarsliggers op de rails sporen niet

offline
Re: wintrack: is de radius altijd betrouwbaar?
In het draadje bespreking Peco SL-E87 wordt duidelijk waarom ik deze vraag heb gesteld. Dit wissel is een meegebogen wissel links. Met de E van Electrofrog, en het is Code 100 rails, net als K-rails, Piko-A rails, Peco code 100 rails en Roco rails uit 1980-1990. Voor de liefhebber van imitatiegetrouwe rails doet Code 100 rails niet meer mee, maar er zijn nog legio gebruikers die ermee spelen. Onder andere ikzelf.

Ik wil weten wat de tegenboog is van een wissel, en dus de wisselboog zelf (in dit geval 2), en wat de aanvullende boog is om op bijvoorbeeld 30 graden uit te komen. Als ik de muiscursor gebruik om flexibele bogen te tekenen, dan kom ik daar niet achter.
Dus teken ik flexrails door straal(=radius) en "hoek" (de boog in graden uitgedrukt) in te vullen.
Alleen zo valt dat (voor mij dan) te bepalen.

Er is ook een formule voor, maar die ken ik niet. Ik heb onderhand wel een zeker vermoeden ...

Als je de aanvullende boog in een radius tekent en of berekent, neem dan bij voorkeur een radius die in k-rails al bestaat, zoals k-rails 2231 (424.6 mm) of 2251 (618.5 mm). Je kunt in dat geval de berekende lengte in mm aftekenen op zo'n boograils en afzagen of afknippen. Zo ontstaat dan een mooie, starre verbinding met het juiste aantal graden buiging. De binnenste boog is het grootst en de buitenste boog het kleinst (als je streeft naar een geringe hart op hart afstand). 
Re: wintrack: is de radius altijd betrouwbaar?
Lid sinds: 2009

Dwarsliggers op de rails sporen niet

offline
Re: wintrack: is de radius altijd betrouwbaar?
Er zit een tweede dingetje aan mijn vraag, en dat is de straal.

De straal die je maakt met de muiscursor is ongelijk aan de straal die je invult. In 99% van de gevallen is dat zo, maar er bestaat wel een verband. Als je de "hoek" aangeeft is de straal bijna altijd groter.

De verhouding tussen de 2 stralen bij beide aanvullende wisselbogen bepaalt de te verkrijgen hart-op-hart (hoh) afstand tussen de sporen.
 De 4 meest voorkomende h.o.h. afstanden bij K-rails zijn:
1. Peco code 100 setrack (slanke wissels): 51 mm
2. roco oude stijl (1980-1990) & Marklin K-rails slank:  57 mm
3. Piko-A  en Roco 1990-2010: 61.9 mm
4. K-rails (met standaard wissels): 64.4 mm

De minimale h.o.h.-afstand wordt bepaald door het rijdend materieel en verschilt dus van persoon tot persoon, maar ook van merk tot merk.

Roco wagons uit de jaren 80-90 kunnen door hoh=57 mm, ook in tamelijk kleine straalbogen heen.
Piko wagons (type C rijtuigen) passen op alle Piko-A boogstralen met een hoh van 61.9.

Roco oude stijl heeft 5 boogstralen. R2 t/m R5 (358, 415, 472 en 529) zijn geschikt voor de wagonlengte die men toen maakte (1:93). 
De 4 boogstralen bij Piko-A (360.0, 421.9, 483.8, 545.6) zijn allemaal geschikt voor 1:93 type C rijtuigen, maar voor true scale (1:87) type C rijtuigen voldoen er maar 3

De K-rails heeft 5 boogstralen. R2 t/m R5 zijn geschikt voor 1:93 type C-rijtuigen, maar voor "true scale" (1:87) type C rijtuigen passen alleen R3 t/m R5 (360.0, 424.6, 553.9, 618.5).

Flexrails betekent dat je vrij bent in het kiezen van boogstralen, binnen bepaalde marges. De onderkant wordt bepaald door het rijdend materieel en door het normblad, de bovenkant door de ruimte en het toegestane ruimtebeslag.

Bij Marklin en Trix verschenen zware last wagons zoals de transformator wagen en de Schnabeltrager. Daarvan is bekend dat de overhang enorm is en de uitzwenking gering, vanwege de constructie. Als zo'n voertuig door R2-R3 (360, 424.6) moet, dan moet hij door R3, en moet tegelijkertijd in bogen alle verkeer op R2 afwezig zijn. Bovenleidingsmasten naast de binnenboog blijven niet staan. Voor mij een aanbeveling om ze niet te kopen.

Bij Roco staat in catalogi uit de jaren 1990-2000 bij enkele stoomlocs met 4 grootwielige assen dat er een minimale radius geldt van 421.9 mm, een constructie consessie. Het is dat ik niets met stoom heb, maar zo'n feit moet je maar net weten.

Van een Ram IV (TEE) is bekend bij Trix dat die  minimaal een boog vergt van 421.0 mm, tenzij je zonder scheenpplaten rijdt, omdat de uitzwenking van het draaistel klemt tegen de scheenplaten in 360 mm bogen, en dan ontspoort. Je moet het even weten, ik heb ze niet, dus ik zit er niet mee.

Op dit forum vond ik een mededeling over Liliput Stadler modellen die in tandem formatie kort-gekoppeld minimaal een straal van 460 mm eisen. Je moet het maar net weten. Ik heb ze niet, dus ik zit er niet mee, maar een ander misschien wel.

Van Lima is veel minder bekend. Veel rijtuigen waren in schaal 1:100, enkele 1:93. De eerste Lima modellen in true scale kwamen rond 1980 op de markt. Zelfs als het geen type C-rijtuigen zijn (qua lengte) dan zijn ze dat toch qua overhang en uitzwenking. M.a.w. er is in de constructie meer rekening gehouden met waarheidsgetrouwheid dan met de bruikbaarheid op modelspoor.

Metropolitan en Fulgurex (kleinserie productenten van messing modellen) zijn niet alleen true scale, ze voldoen aan de normbladen, en daarom staan de wielen op de assen verder uiteen dan bij Marklin, Roco, Trix, Fleischmann en Piko standaard, maar ook zijn er modellen van verschenen die qua constructie minimaal 600 mm boogstraal vereisen (dat is niet erg voor vitrinemodellen).

Bij HAG verscheen een dubbelloc (Ae 8/8) in de jaren '80. De afstand tussen beide locs is gefixeerd met een metalen plaatje met 2 afstanden (ver uiteen voor 360 mm bogen) of dichtbij (voor vanaf 600 mm bogen), keurig gedocumenteerd in de OVP (niet in de catalogus).

Uit ervaring weet ik dat vrijwel alle materieel wat ik heb door R2 (360 mm) kan rijden, mits de h.o.h. groot genoeg is. en die kan bij R1 oplopen tot zo'n 70 mm. Reden om die boogstraal toch te mijden.

Voor Lima stuurstanden ben ik uitgegaan van een minimale straal van 515 in bogen met parallel rails, en een h.o.h. afstand van 57 mm (57 mm is de afstand bij gebruik van slanke wissels).

Als je flexrails met een muiscursor invoert, dan is het belangrijk om de minimale boogstraal te garanderen in de instellingen van Wintrack. En ja, dat hangt af van het materieel.
Re: wintrack: is de radius altijd betrouwbaar?
Je vergeet in je hele verhaal één belangrijk ding: De NEM-normen. Dan zal je zien dat de meeste Hart op hart-afstanden van de standaard railsystemen gebaseerd zijn op de grootst mogelijk voertuigcategorie. Dat vanwege de constructie een fabrikant kiest voor een bepaalde minimale boogstraal is aan de fabrikant. Hoe dichter de spoorafstand hart op hart wordt hoe groter de straal moet zijn voor grotere / langere rijtuigen / wagons om niet buiten het vrije profiel te komen. Dat is natuurlijk voor een fabrikant van belang dat bij de kleinste boogstraal dat ook goed gaat. Niet dat mensen problemen hebben als men hun ICR of Silverling door een straaltje 360mm jagen en dan alle bovenleidingsportalen of seintjes omver rijden.

Vroeger had Lima een compleet modulair-railsysteem. Op basis daarvan kon je met standaard railstukken een goed ontwerp maken.
Re: wintrack: is de radius altijd betrouwbaar?
Lid sinds: 2009

Dwarsliggers op de rails sporen niet

offline
Re: wintrack: is de radius altijd betrouwbaar?
Die normen vergeet ik niet. Maar ik noem ze niet meer. Door eerdere studie (over boogstraal en bodemplaat) weet ik dat ik onder de normen kan gaan zitten, mits ik rekening houd met problematische wagons. Mijn Lima stuurstanden en mijn Liliput type C wagons, dat zijn de probleemgevallen, door hetzij te grote uitzwenking, hetzij te grote overhang.

In eerdere draadjes heb ik aangegeven dat je normen kunt naleven of juist zo kunt berekenen dat je ze in eigen voordeel kunt gebruiken. Je gaat dan op de stoel van de normsteller zitten, zogezegd.
Als je niet weet of je niet ooit nog eens een probleemgeval gaat aanschaffen, dan zul je terughoudender zijn in het naast je neer leggen van normen die rekening houden met alle mogelijke voertuigen in je baan ontwerp.
Weet je daarentegen heel zeker dat je geen rare voertuigen gaat aanschaffen, dan houd je alleen rekening met wat je al hebt. Voor de laatste 30 jaar van mijn leven (gesteld dat ik die tijd nog krijg) weet ik dat heel zeker. Rijtuigen van het norm type C (C++) komen er hier niet meer in.
Daar word ik niet somber van, wel van de reden: de opslagruimte is vol.