Op 28 juni 2008 heeft koffietrein 5390 zijn opdracht voor het eerst uitgevoerd. Omdat alleen stug gras en houtblokjes onder de railvoegen en onder kritische punten in de boog de bovenbouw vormden, deed lok 25 (een DHG 500 C) tijdens de rit eerder denken aan een op drassige taigabodem vervaarlijk deinende veldbaanlok dan aan een industrielok die een rangeerbeweging uitvoert. In ieder geval staat de machinist beschut in de schaduw terwijl de Belgische kolenwagen met zijn ongebruikelijke lading de brandende zon in wordt geduwd. Bij de ligstoel midden op het gazon wordt de koffiebeker onmiddelijk gelost. Een handgebaar en de terugrit wordt opgelucht aanvaard: "Gelukkig, niets van de lading onderweg verloren".
Tegen de avond, tijdens een instruktierit, gaat een jonge machinist met de kolenwagen door het stootjuk. Het stootjuk wordt een eind naar achteren geschoven en de wagen glijdt scheef om met zijn wielen tussen de rails te belanden. Daar hij onbeladen was, heeft het incident geen ernstige gevolgen.
Het hele trajekt beslaat 11 meter tussen terras en ligstoel, de lengte van een bescheiden industrieaansluiting. De bogen zijn met een radius van 1020 mm net zo koddig als R1 in Märklin H0. Dit "Schweineradius", zoals het door Duitse Spoor-1-rijders wordt genoemd, is in dit geval natuurlijk bedoeld als industrieradius. Voor een hoofdspoor moet aan die krappe bogen en aan de onvaste bovenbouw iets gedaan worden.
Han